Bewerking

Sinds het begin van de beschaving wordt natuursteen bewerkt voor het bouwen van huizen en andere bouwwerken. Waren het vroeger voornamelijk grote blokken die werden gestapeld (zoals bij de piramiden in Egypte), tegenwoordig zijn er legio mogelijkheden om natuursteen te bewerken.
Het bewerken van natuursteen begint in de steengroeve. Hier wordt de steen uit de wand gezaagd, gekloofd of gebroken, met behulp van onder andere steenzagen, boren en met dynamiet. Deze blokken worden vervolgens getransporteerd naar de zagerij of steenhouwerij, alwaar ze worden bewerkt tot eindproduct.

Basisbewerking

De basisbewerkingen van natuursteen wordt bepaald door welke toepassing en uitstraling men voorzien heeft met het natuursteen. Een tegel zal strak moeten zijn en moeten worden gezaagd; een kassei moet een robuustere, authentieke uitstraling en zal daarom worden gekapt.

Oppervlaktebewerking

Nadat het natuursteen is bewerkt tot basisproduct kan het in principe zonder verder bewerking worden toegepast, maar meestal wordt er gekozen om het natuursteen verder te bewerken. Oppervlaktebewerkingen beïnvloeden in grote mate het uiteindelijke aspect van de steen. De bewerkingen moeten vanzelfsprekend gekozen worden volgens het toekomstige gebruik van de steen. Hoewel de keuze van de vloerafwerking in de eerste plaats een kwestie is van persoonlijke smaak, moet men toch enkele praktische aspecten in overweging nemen zoals de gladheid van de vloer, het onderhoud of de duurzaamheid.

Hieronder is te zien wat het effect van verschillende oppervlakte bewerkingen is op hardsteen.


Zagen

zagen

Wanneer een steen gewonnen wordt, gebruikt men meestal een raamzaag, een schroefdraad of een diamantdraad. Als deze omvangrijke blokken / platen zijn opgedeeld en er kleinere elementen van worden gemaakt, wordt hier gewoonlijk een cirkelzaag met een diamanten schijf voor gebruikt. Duidelijk zichtbaar blijft hierdoor de vorm van kleine golvingen volgens de richting die gevolgd wordt door de zaag. De sporen zijn vaak cirkelvormig.
Door het zagen van natuursteen worden de toleranties minimaal. Toleranties en andere normen voor gezaagde natuursteen materialen staan beschreven in de NEN-EN 1341 en NEN-EN 1343 norm.


Schuren

zagen

Het schuren wordt vooral toegepast bij harde natuursteen, met de bedoeling de contouren van het zaagblad te verwijderen. Deze mechanische afwerking kan zowel droog uitgevoerd worden, als onder besproeiing met water. De fijnheid van de schuurschijf; de korrelspecificatie, wordt in het algemeen aangeduid met behulp van de internationale "P". Deze cijfers stijgen, naarmate de korrels fijner worden. Meestal wordt korrel 80, 120 of 200 gebruikt voor deze bewerking. Het geschuurde oppervlak is effen zonder zaagspoor, met fijne (zichtbare tot weinig merkbare) cirkelvormige streepjes, zonder bepaalde richting.


Zoeten

zagen

Het zoeten van natuursteen gebeurt onder besproeiing met water en meestal wordt korrel 400 gebruikt voor deze bewerking. Zoeten geeft een relatief kleine en lichte weerspiegeling. Het oppervlak is effen, mat, zonder zichtbare groefjes. De kleur van de steen wordt hierdoor donkerder en dieper. Deze bewerking is niet toepasbaar als bestrating in openbare buitenruimten, vanwege de lage stroefheid.


Polijsten

zagen

Polijsten is een schuurtechniek waarbij het schuurmiddel een korrelgrote heeft die kleiner is dan 0,15 mm. Na het zoeten kan natuursteen pas gepolijst worden. Bij gepolijst werk is geen kras van het schuurmiddel meer zichtbaar en wordt het oppervlak van de steen glanzend, waarbij de meest diepe kleur van het natuursteen zichtbaar wordt. Ook vlekken, aders, etc. worden door het polijsten duidelijker gemaakt. Op zachtere stenen is het minder duurzaam, omdat het gepolijste oppervlakkige laagje vlugger afslijt. Deze bewerking is niet toepasbaar als bestrating in openbare buitenruimten, vanwege de lage stroefheid.


Stralen

zagen

Op het oppervlak worden gritkorrels onder grote druk tegen de tegel "geblazen". Door het stralen ontstaat een schuurpapierachtig uiterlijk. Het stralen brengt vooral op minder harde steensoorten snel een ruw effect teweeg.
Naast het stralen met gritkorrels kan er ook met water gestraald worden. Deze zogenaamde “waterjet” bewerking wordt uitgevoerd nadat het natuursteen eerst een andere bewerking heeft ondergaan (bijvoorbeeld na het vlammen). Door het bewerken van natuursteen door middel van de waterjet zal de kleur en structuur van het oppervlak meer sprekend worden.


Vlammen of branden

zagen

Dit is een afwerking waarbij men vlammen in contact brengt met de gezaagde steen. Deze afwerking gebeurt voordat het afgewerkte product zijn definitieve afmetingen krijgt. De vlammen laat men schuin en automatisch het hele oppervlak van de plaat bereiken. De thermische schok veroorzaakt het openbarsten van de oppervlakkige korrels, wat de specifieke textuur teweegbrengt. Een gevlamde bewerking kan de natuurlijke kleur van het natuursteen veranderen. Voornamelijk ijzerhoudende natuursteen soorten zullen rood kleuren nadat ze gevlamd zijn.
Omdat sommige natuursteen soorten vrij scherp worden als ze gevlamd zijn, kan ervoor gekozen worden om het oppervlak te borstelen. In verschillende stappen wordt het scherpe van de natuursteen geborsteld.


Fijn boucharderen

zagen

Boucharderen is het zodanig afwerken van natuursteen dat een oppervlak met regelmatig verspreide putjes ontstaat. Bij het boucharderen gebruikt men een luchtdrukhamer of een hydraulische hamer voorzien van een speciale bouchardeerkop. Het uitzicht van het bewerkte vlak varieert met de grootte van de hamer, het aantal punten op de hamer  en de kracht van de slagen. De afstand tussen de talrijke putjes 1 tot 3 mm breed en diep hangt af van de tussenafstand van de tanden. De sporen worden regelmatig verspreid over het hele vlak. Het boucharderen van natuursteen kan men zowel handmatig als machinaal doen.


Grof boucharderen

zagen

Boucharderen is het zodanig afwerken van natuursteen dat een oppervlak met regelmatig verspreide putjes ontstaat. Bij het boucharderen gebruikt men een luchtdrukhamer of een hydraulische hamer voorzien van een speciale bouchardeerkop. Het uitzicht van het bewerkte vlak varieert met de grootte van de hamer, het aantal punten op de hamer  en de kracht van de slagen. De afstand tussen de talrijke putjes 1 tot 3 mm breed en diep hangt af van de tussenafstand van de tanden. De sporen worden regelmatig verspreid over het hele vlak. Het boucharderen van natuursteen kan men zowel handmatig als machinaal doen.


Ciselleren

zagen

Bij ciseleren worden met een platte, brede beitel kort naast elkaar gelegen evenwijdige groeven gehakt, waarbij groeven niet in elkaars verlengde hoeven te liggen. Ciseleren is een bewerking die handmatig wordt aangebracht.


Frijnen

zagen

Een multifrees met diamanttanden wordt loodrecht in contact gebracht met het gezaagde oppervlak en geeft aan de mechanische frijnslag een eigen typisch plat profiel. De machine beweegt automatisch voorwaarts, zodat de groeven steeds evenwijdig zijn. Op die manier blijft ook de afstand tussen de groeven altijd onveranderd.


Gradineren

zagen

Gradineren wordt enkel machinaal uitgevoerd met een vaste frees, rechtstreeks op grote gezaagde vlakken die nadien op maat worden gemaakt. Dit oppervlak heeft fijne, gelijklopende groefjes in V-vorm (1 a 5 mm diep). Tussen de groefjes vertoont het materiaal ruwe schilfers.