Bewerking

Wanneer een plaat natuursteen uit een blok is gezaagd heeft het een zogenaamd gezaagd oppervlak. Dit oppervlak kan zonder verdere bewerking worden toegepast, maar meestal wordt het oppervlak gladder of juist ruwer bewerkt. Soms is een bewerking op bepaalde steensoorten niet of nauwelijks te realiseren. Bijvoorbeeld het frijnen van graniet is zinloos, omdat het te hard is voor deze behandeling. Marmer kan bijvoorbeeld weer niet worden gebouchardeerd, omdat het te zacht is en te veel losnervige aders kan bezitten, waardoor het kan breken. Elke behouwing eist een minimale dikte van de steen (in verhouding met de kracht en de dichtheid van de toegebrachte slagen).

De oppervlaktebewerkingen beïnvloeden in grote mate het uiteindelijk aspect van de steen. Zo kan de kleur van een steenoppervlak sterk verschillen bij een specifieke afwerking. De bewerkingen moeten vanzelfsprekend gekozen worden volgens het toekomstige gebruik van de steen. Hoewel de keuze van de vloerafwerking in de eerste plaats een kwestie is van persoonlijke smaak, moet men toch enkele praktische aspecten in overweging nemen zoals de gladheid van de vloer, zijn onderhoud of duurzaamheid.

Hier kunt u zien wat verschillende bewerkingen doen met hardsteen.


Zagen

zagen

Wanneer een steen gewonnen wordt, gebruikt men meestal een raamzaag, een schroefdraad of een diamantdraad. Als deze omvangrijke blokken/platen zijn opgedeeld en er kleinere elementen van worden gemaakt wordt hier gewoonlijk een cirkelzaag met een diamanten schijf-blad voor gebruikt.
Duidelijk zichtbaar blijft hierdoor de vorm van kleine golvingen volgens de richting die gevolgd wordt door de zaag. De sporen zijn vaak cirkelvormig.


Schuren

zagen

Het schuren wordt vooral toegepast bij harde natuursteen, met de bedoeling de contouren van het zaagblad te verwijderen. Deze mechanische afwerking kan zowel droog uitgevoerd worden, als onder besproeiing met water. De fijnheid van de schuurschijf; de korrelspecificatie, wordt in het algemeen aangeduid met behulp van de internationale "P". Deze cijfers stijgen, naarmate de korrels fijner worden. Meestal wordt korrel 120 of 200 gebruikt voor deze bewerking. Het geschuurde oppervlak is effen zonder zaagspoor, met fijne (zichtbare tot weinig merkbare) cirkelvormige streepjes, zonder bepaalde richting.


Zoeten

zagen

Het verzoeten gebeurt onder besproeiing met water en meestal wordt korrel 400 gebruikt voor deze bewerking. Zoeten geeft een relatief kleine en lichte weerspiegeling. Het oppervlak is effen, mat, zonder zichtbare groefjes. Deze bewerking is niet toepasbaar als bestrating in openbare buitenruimten, vanwege de lage stroefheid.


Polijsten

zagen

De polijstbaarheid van steen wordt voornamelijk bepaald door de polijst-baarheid van de aanwezige mineralen en door de textuur. Over het algemeen zijn harde mineralen het best polijstbaar. Elke gepolijste steen laat zijn textuureigenschappen. Vlekken, aders, etc. worden door het polijsten duidelijker gemaakt. Bij een gepolijste steen worden de kleuren versterkt en krijgt de steen een weerkaatsend oppervlak met hoge glans. Polijsten geeft de steen een extra bescherming dankzij de bekomen vlakheid. Op zachtere stenen is het minder duurzaam, omdat het gepolijste oppervlakkige laagje vlugger afslijt. Deze bewerking is niet toepasbaar als bestrating in openbare buitenruimten, vanwege de lage stroefheid.


Stralen

zagen

Op het oppervlak worden gritkorrels onder grote druk tegen de tegel "geblazen". Door het stralen ontstaat een schuurpapierachtig uiterlijk. Het stralen brengt vooral op minder harde steensoorten snel een ruw effect teweeg.


Vlammen of branden

zagen

Dit is een afwerking waarbij men vlammen in contact brengt met de gezaagde steen. Deze afwerking gebeurt voordat het afgewerkte product zijn definitieve afmetingen krijgt. De vlammen laat men schuin en automatisch het hele oppervlak van de plaat bereiken. De thermische schok veroorzaakt het openbarsten van de oppervlakkige korrels, wat de specifieke textuur teweegbrengt.


Fijn boucharderen

zagen

Bij het boucharderen gebruikt men een luchtdrukhamer of een hydraulische hamer voorzien van een bouchardeerkop.
Het uitzicht van het bewerkte vlak varieert met de grootte van de hamer (meestal 3,5 x 3,5 cm), het aantal punten op de hamer (25) en de kracht van de slagen. De afstand tussen de talrijke putjes 1 tot 3 mm breed en diep hangt af van de tussenafstand van de tanden. De sporen worden regelmatig verspreid over het hele vlak.


Grof boucharderen

zagen

Bij het boucharderen gebruikt men een luchtdrukhamer of een hydraulische hamer voorzien van een bouchardeerkop.
Het uitzicht van het bewerkte vlak varieert met de grootte van de hamer (meestal 3,5 x 3,5 cm), het aantal punten op de hamer (8 en 16) en de kracht van de slagen. De afstand tussen de talrijke putjes 1 tot 3 mm breed en diep hangt af van de tussenafstand van de tanden. De sporen worden regelmatig verspreid over het hele vlak.


Ciselleren

zagen

Bij ciseleren wordt met een brede beitel kort naast elkaar gelegen evenwijdige groeven gehakt, waarbij groeven niet in elkaars verlengde hoeven te liggen.


Frijnen

zagen

Een multifrees met diamanttanden wordt loodrecht in contact gebracht met het gezaagde oppervlak en geeft aan de mechanische frijnslag een eigen typisch plat profiel. De machine beweegt automatisch voorwaarts, zodat de groeven steeds evenwijdig zijn. Op die manier blijft ook de afstand tussen de groeven altijd onveranderd.


Gradineren

zagen

Gradineren wordt enkel machinaal uitgevoerd met een vaste frees, rechtstreeks op grote gezaagde vlakken die nadien op maat worden gemaakt. Dit oppervlak heeft fijne, gelijklopende groefjes in V-vorm (1 a 5 mm diep). Tussen de groefjes vertoont het materiaal ruwe schilfers.